Historie 1

Toonkunstkoor Zeist 1871  1943


Hoe ziet Zeist eruit in 1871?

In 1871 staat ’t Rond vol bomen. Op de plaats van grand café Le Baron, voorheen postkantoor, staat dan de villa van de dames Walkart. Ertegenover ligt hotel Schneider, nu Hermitage, van de Hernhutters. De twee andere hoeken zijn tuin. Eén zo’n tuinhoek schenken de dames Walkart in 1912 aan de gemeente om een raadhuis op te bouwen; het huidige Walkartpark hoorde bij de schenking. Op de vierde hoek was een tuin van Figi. De Donkere Laan – nu Slotlaan – met drie rijen zware bomen voerde van ’t Rond naar het Weeshuis. Menig lid van Toonkunst zal daarlangs gelopen zijn naar de wekelijkse repetitie en ook voor de uitvoeringen. Bij slecht weer laat zij of hij waarschijnlijk de equipage inspannen.

De bewoners van de buitenplaatsen vormen een clan met veel vrije tijd, die men vult met bezoeken, wandelen, mode, en ook wel armenzorg . De sterk vertakte families Huydecoper, Voombergh, De Pesters e.a. bezitten het halve dorp. Het hele leven in Zeist is vormelijk en deftig. Het personeel – wel 10 mensen per landhuis – hoort tot een andere wereld, al woont het deels op de zolder van dezelfde huizen en werkt het in de kelder. Arbeiders wonen langs de Arnhemse Bovenweg, de kant van Driebergen op. Dat gebied krijgt de bijnaam Siberië; het laatste spoorstation in Rusland vóór Siberië is Simarowa en hier wordt speels een villa naar genoemd.

In 1871 doen twee op muzikaal en ander gebied vooraanstaande personen: mr.C.B. Labouchère en jhr. F.H. van de Poll, een oproep1om een Toonkunstafdeling op te richten. Na een bespreking meteenige dames en heeren in Labouchères woning – het Slot van Zeist – verschijnt in de Weekbode voor Zeist een advertentie: wie graag zingt kan mede-oprichter worden van een afdeling van Toonkunst door 10 oktober te half acht ure te komen naar het Weeshuis – op de hoek van Slotlaan (nu Hema tot Kruidvat) en Weeshuislaan.

Per advertentie in de Weekbode voor Zeist worden in 1871 zangliefhebbers uitgenodigd met elkaar in Zeist een afdeling van Toonkunst op te richten. De heer Eversz bezit een boekhandel.

Een afdeling van de Maatschappij tot Bevordering der Toonkunst heeft leden, die muziek een goed hart toedragen. Sommigen laten het daarbij. Anderen zingen graag en worden tevens lid van de Zangvereeniging. Van de eerste 26 leden van Toonkunstkoor Zeist zijn er 14 lid van de Maatschappij, dus noodzakelijk is de combinatie niet.

26 liefhebbers melden zich aan als lid. Voorzitter wordt mr. Charles Bernard Labouchère2, gehuwd met een meisje Voombergh, bankier, de hoogst aangeslagene in de belasting, lid van de gemeenteraad, mede-oprichter van de Harmonie.
Secretaris wordt jhr. Fredrik Harman3 van de Poll), wonend op de enorme villa Beek en Royen aan de Tweede Dorpsstraat 54-58. Hij was inspecteur van de Domeinen en tevens mede-oprichter/eigenaar/directeur van de in zijn tuin gebouwde Kosmos-levensverzekeringsbank, Driebergseweg 2.

Labouchère en Fredrik Harman van de Poll zijn de eigenlijke oprichters van ons koor4.
Van de Poll neemt in 1878 het voorzitterschap over en blijft praeses tot 1885. In 1878 wordt secretaris dr. K. Snellen, tot 1881, als J.H. Leitz de functie overneemt tot 1922.
Het oudste bewaarde document van Fredrik Harmans hand is gedateerd 18 okt. 1871, bevat het reglement van onze afdeling, en bevindt zich in het Toonkunstarchief in Amsterdam, net als de paar andere documenten van vóór 1950 die ik zal aanhalen.
De eerste penningmeester heet H.Th. Verbeek en wordt na een jaar al opgevolgd door J.H. Lehmann (tot 1875). Over beiden heb ik niets kunnen vinden, maar over Verbeek zei iemand me dat het een bekende Hernhutter is geweest.
Er zijn na een jaar 78 leden, ook uit de omgeving.
Zeist is het eerste Nederlandse dorp – 5000 inwoners – met een Toonkunst-afdeling. Er wordt elke dinsdagavond van 8 tot 10 gerepeteerd in het Weeshuis. Dit staat waar nu ongeveer de Hema ligt; de naam Weeshuislaan herinnert eraan.

In het weeshuis, staande waar nu de Hema ligt en gesloopt in 1958, gaven we in acht jaar onze eerste 15 concerten.

Het weeshuis bevindt zich ongeveer tussen de verschillende standsgebieden in, maar Toonkunst zal niet veel ambachtslieden als lid hebben ingeschreven, en arbeiders al helemaal niet: de contributie van vijf gulden per jaar betekent voor hen een week-inkomen. Gelukkig wordt snel5 de mogelijkheid geopend om voor slechts één gulden per jaar lid te worden van de Zangvereeniging zonder lid te zijn van de Maatschappij.
Voor rijk en arm geldt dat er geen waterleiding is, geen riolering (vijf jaar voor de geboorte van Toonkunst Zeist e.o. woedde de laatste cholera-epidemie in Nederland), geen telefoon (wel telegraaf), zodat het niet doorgaan van een repetitie per advertentie wordt gecommuniceerd. ook dit wijst erop dat er waarschijnlijk geen arbeiders lid zijn geweest, want die hebben geen abonnement op een krant.
De oudste documenten van Toonkunst zijn uiteraard plechtstatig van taal. Het betreft correspondentie van Van de Poll met J.P. Heije over het begrip ‘Zeist en omstreken’.
De afdeling Zeist heeft dat begrip geïntroduceerd, de Toonkunst-wet is ervoor aangepast, 25 afdelingen hebben het overgenomen6, maar de afdeling Utrecht klaagt dat haar daardoor buitenaf wonende leden worden ontfutseld. Van de Poll weigert7 aan het HB op te geven hoeveel leden verder dan twee uur gaans van Zeist af wonen.

Dr. Jan Pieter Heije, van wie we allemaal wel enkele gedichten van buiten kennen, was 33 jaar lang secretaris van het hoofdbestuur van Toonkunst.

Dr. Jan Pieter Heije (1809 -1876) was 33 jaar lang secretaris van het hoofdbestuur en de ziel van Toonkunst. Brieven van hem aan de afdeling Zeist zitten in het archief. Hij was arts en stichtte in Oosterbeek een kindertehuis, dat nu J.P. Heije-huis heet. Miljoenen mensen kennen gedichten van hem van buiten: Zie de maan schijnt door de bomen, In ’t groene dal in ’t stille dal, Een karretje op de zandweg reed, Ferme jongens stoere knapen. De meeste werden op muziek gezet door een andere arts: dr. J.J. Viotta8, vier maal voorzitter van onze Maatschappij tBdT.

Vanaf 1882 richt Van de Poll brieven aan Heijes opvolger als algemeen secretaris – 31 jaar lang! – Daniël de Lange, cellist, componist, dirigent, muziekpedagoog, oprichter Amsterdams Conservatorium, muziekhistoricus9.

Zoveel belangwekkende en belangrijke mensen deden zoveel voor Toonkunst, dus voor de muziek!

Op 24 november 1871 keurt het HB ons Huishoudelijk Reglement goed10. Die dag wordt beschouwd11 als stichtingsdatum van ons koor.

Carl Krill

 

Carl Krill12 is de eerste directeur (dirigent) van Toonkunst Zeist. Hij leidt de eerste uitvoering13, al na drie maanden, met 7 sopranen, 7 alten, 5 tenoren en 11 bassen14. Wát zingen ze, met welke solisten, in welke zaal? Dat staat allemaal in het overzicht dat Jenny Glastra uit het concertenboek heeft samengesteld en dat elders op deze site prijktDaarom neem ik hieronder weinig programma’s, solisten, begeleiding en plaats van uitvoering op.

Vier maanden later het tweede concert. Vioolsolist Frans Coenen heeft kennelijk de compositie Elia van hemzelf aanbevolen, maar die stuurt Van de Poll terug15: daarvoor is ons koor te klein. Dat jaar nog twee concerten – niet te geloven, maar diverse bronnen bevestigen het – met o.a. Beethovens Mis in C en Brahms’ Schicksalslied, en moderne Nederlandse muziek van Hol, Verhulst, Coenen en E. Wagner.16 De zangnummers worden afgewisseld met instrumentale. Na deze overproductie geven we per jaar twee concerten. Op het programma staan gewoonlijk grote klassieke koorwerken, en eigentijds werk van Niels Gade.

Niels Gade is omstreeks 1900 een zeer geliefd componist, van wie Toonkunst Zeist tussen 1871 en 1921 bijna elk jaar één of meer werken uitvoert.

Over de eerste twee concerten schrijft het HB17twee uitvoeringen met gelukkig gekozen en (voor zooveel uw verslaggever persoonlijk over de tweede mocht oordeelen), bij uitstekend frissche koor- en solokrachten, gelukkig geslaagde Programmen. Een paar jaar later18lijden de repetitiën van het Toonkunstkoor onder verzuim. Om dit te bestrijden wordt besloten19 dat repetities niet doorgaan als minder dan 4 sopranen, 4 alten, 3 tenoren en 4 bassen aanwezig zijn.

Krill blijft 10 jaar lang Toonkunst Zeist dirigeren. In 1878 voert hij uit van Ludwig Spohr: Die letzten Dinge, een internationale bestseller gedurende een halve eeuw maar nu vergeten.

Om een volle zaal te krijgen zingen we in 1878 het succeswerk ‘Die Letzten Dinge’ van Ludwig Spohr.

 

Krill componeert zelf, en bij het Zeister Historisch Genootschap/Van de Poll Stichting wordt een programma bewaard van een zangrecital, 1874 in sociëteit Unitas, waarbij Krill de zanger op piano begeleidt én een eigen compositie uitvoert: Ungarischer Tanz. Een ‘Kamermuzijk’20 bevat zeven composities van hem.

Een herdenkingsartikel uit Utrechts Dagblad van 26 juni 1927 meldt dat Krill op 81-jarige leeftijd is overleden. Van zijn vele composities is slechts een 40-tal gedrukt: koormuziek, kamermuziek, liederen, pianowerken. Zijn 2e trio werd door de Ned. Toonkunstenaarsvereeniging bekroond en aan Koning Willem III opgedragen. Hij was dirigent van het Utrechts Studenten Orchest, en voorts in den waren zin een dichter, denker en philosoof, een door en door edel mensch van groot onkreukbaar karakter en de trouwste der vrienden.

Onze eerste dirigent was dus al niet de eerste de beste en het is bijna onbegrijpelijk hoeveel getalenteerde jonge mensen, die later bekend worden, wij steeds hebben kunnen aantrekken. Maar van Krills directe opvolger heb ik niets anders kunnen vinden dan wat nu volgt.

Lees verder over Krill

J.N.W.C.A. Ruijgrok

De tweede dirigent van Toonkunst Zeist, van 1879 tot 1925, J.N.W.C.A. Ruijgrok.

 

De tweede dirigent is de componist J.N.W.C.A. Ruijgrok21. In een programma van 1880 laat hij nog niet al die voorletters afdrukken, later wel. Zijn roepnaam heb ik nergens aangetroffen.

Hij voert zijn eigen Hymne uit. Na de première worden aan de dirigent een lauwerkrans en een gouden snuifdoos aangeboden. Zulke dingen krijgt een dirigent thans niet gauw… En bij zijn 40-jarig jubileum wordt aan Ruijgrok een prachtige schilderij in zwaar vergulde lijst aangeboden, voorstellende een boerderij aan het water door de bekende schilder Nicolaas Bastert. Ruijgrok, ontroerd, schenkt zeven adspirant-leden vrijstelling van toelatingsexamen.

ZHG bewaart een bijlage bij een niet meer aanwezig programma waarin de tekst van twee romantische liederen voor sopraan van Ruijgrok is opgenomen. Titels: Wahrhaftig en Warum weinest du? De uitvoering was op 30 okt. 1883 in Zeist.

De gemeente Zeist zou best een straat naar Ruijgrok kunnen noemen, met als onderschrift: Çomponist, 45 jaar dirigent van Toonkunst Zeist. Hij woonde weliswaar niet in Zeist, maar te Utrecht, waar hij 1882-’88 klavier doceert aan de Toonkunst-muziekschool. Welk lid spant die straatnaam aan?

Het archief levert méér Ruijgroks: cellist Leo (treedt op tijdens Soirée voor Kamermuziek in 1905), W.F. Jz., piano (met ons koor in 1907) en harmonium (id. 1925), pianist J. in Kamermuzijk 22-12-1874 en 23-5-1876 en 8-5-1877, sopraan Jeanne (id. 1915, 1920 en 1925). Als Jeanne ’n dochter is van dirigent Ruijgrok vindt hij kennelijk dat hij Toonkunst niet mag overladen met optreden van zijn kroost.

De concerten vinden van 1880 tot 1910 plaats in de pas geopende Nieuwe Sociëteit22, met uitzondering van twee concerten in de kerk der Broedergemeente, in 1886 en 1891. Vanaf 1910 treden we op in beide zalen.

De Nieuwe Sociëteit, waar we van 1880 tot 1910 concerten geven. Hij lag op de hoek van Slotlaan en Tweede Hogeweg, op welke plek later een rijtje winkels in gele baksteen is gebouwd. Deze en andere dorpsgezichten uit ‘Zeist in oude ansichten’ door H.L.L. van Hoogenhuyzen.

 

Herman Meerdink (1837-1920), aannemer-metselaar, organist, bestuurslid Toonkunst Zeist 1884-1919, met de gade die hem voor Toonkunst kennelijk vaak moest missen.

Op genoemd concert in 1883 zingen ook de later beroemde bariton Jos. M. Orelio -zie internet – en de bekende Johannes Rogmans23, een tenor “met een stem als een klaroen.” Waar haalt Toonkunst het geld (hoeveel?) vandaan?

In 1883 zingt bij Toonkunst Zeist de befaamde tenor Johannes Rogmans (1852-1911).

In hetzelfde jaar concerteren we samen met de Mannenzangvereeniging o.l.v. H. Baudert – mogelijk dezelfde die in 1885 onze vice-voorzitter24 wordt. Jhr. F. van Reenen wordt voorzitter en blijft dat tot 1905.

Jhr. Fredrik van Reenen 1850-1916, geregeld solist, voorzitter van 1886 tot 1905, erelid.

Muziekscholen

Een advertentie van 7 dec. 1878 bericht dat onze Zangschool zal starten op woensdagavond om 6 uur voor jongere, 7 uur voor oudere leerlingen.

Van Dokkum25 noemt als doel der zangscholen: het volksgezang verbeteren als basis voor muzikaal begrip en gevoel. De zangscholen zouden het materiaal leveren voor de vele [volks]koren en hieruit zouden de goede [Toonkunst]zangverenigingen voortkomen waar bij jonge talenten het verlangen rijpen kon om te streven naar ’t hoogste: een leven aan de kunst gewijd. Wie van de lezers kent een studie over het inkomen van beroepsmusici in die tijd? Met de concurrentie van veel gratis optredende
goede amateurs26?

Bij het 12½-jarig bestaan sticht het bestuur een ‘instrumentaalschool voor jongelieden’. Het lesgeld is laag, er komen rap 20
leerlingen, waarvan de meeste later lid worden van de Harmonie. Op 1 nov. 188427 opent de school met subsidie van Toonkunst28. Een onderdeel is de Zangschool; die van 1878 bestond kennelijk niet meer. Frits van de Polls eigen exemplaar van het Reglement is bewaard gebleven. Artikel 1: De school is bestemd voor degelijk onderwijs in den zang. Docent in ‘de theorie van den zang’: Ruijgrok. 29 leerlingen29, twee klassen. Ze oefenen in toonaarden, afstanden treffen, algemene muziekleer enz. Ook liederen van Richard Hol en van Catharina van Rennes30. Schoolgeld ƒ 6 p.j., te voldoen in 3-maandelijkse termijnen. Eerste concert in de Nieuwe Sociëteit op 20 juli 1886. De Zangschool telt 29 leden. Er wordt veel geëist. Teveel? De school loopt slecht. In zeven jaar worden circa 80 leerlingen opgeleid31. Let op het verschil met de Zangvereeniging oftewel ons Toonkunstkoor.

De afdeling Zeist richt in 1896 een Zangschool op voor jongens en meisjes boven de 10 jaar, onder leiding van hoofdonderwijzer Oosthoek32.

1878 Toonkunst Zeist start een zangschool.

 

Bevordering van veelwijverij

‘De leden der Maatschappij hebben, op vertoon van hun diploma [lidmaatschapskaart], vrijen toegang met twee dames. Kaartjes voor meerdere dames en voor vreemdelingen zijn à f 1,50 te bekomen bij boekhandel Eversz te Zeist.’ Dan heb je dus kaartjes. Om plaats te bespreken moet je apart opdraven: in het Weeshuis op de dag der uitvoering. Men had er heel wat voor over om onze uitvoeringen bij te wonen, en dat zijn ze waard!

 

Arm publiek

Bij het 12½-jarig bestaan voert Toonkunst Mendelssohns de 42stePsalm uit, net als op het allereerste concert, alsmede het destijds populaire Frülingsbotschaft van Niels Gade en van Ruijgrok himself: Hymne. Jhr. mr. C.H. Jbz. solieert. Indertijd wist natuurlijk iedereen wie C.H. was, zeker met de titels erbij die men toen te pas en te onpas adverteerde. Tot 1923 blijft men bij het optreden van notabele dilettanten de beginletters van hun naam gebruiken, bijv. jvr. J.M.E. v.d. P. Dat is freule Jo van de Poll, die meer dan 25 jaar lang alle repetities en vele uitvoeringen op de piano begeleidde, pardon: accompagneerde.33

Wie C.H. Jbz. was kon ik echter niet vinden. Dat irriteerde me, tot ik in hét boek vond dat hij uit A’dam kwam, en toen er toevallig een keer fel licht op scheen zag ik dat er met dun potlood bij geschreven staat: Hartsen. Google leert dat hij directeur was van de Hollandse Sociëteit voor Levensverzekeringen. Deze dilettant – uit een aan de Van de Polls verwant adelsgeslacht – speelde o.a. het vijfde pianoconcert van Beethoven, goed voor veel publiek.

Vaak worden de solisten bij een concert deels met hun volledige naam genoemd – dat zijn dan waarschijnlijk beroeps – , deels met initialen aangeduid zoals mevr. L., geb. B – dat zullen dan amateurs zijn.

Ene B.S. schrijft in 1920 aan voorzitter Frits van de Poll, dat hij door aantekeningen op programma’s en jaarverslagen van de meeste initialen nog wel weet wie ze aanduiden, maar niet van alle.

Wat de kwaliteit was van de notabele amateurs is moeilijk vast te stellen. De Maatschappij tBdT was in 1829 opgericht o.a. wegens het optreden van dergelijke lieden , die, ondanks twijfelachtig talent en gebrekkige prestaties, door hun eigen kring werden bewierookt; zelf onaantastbaar voor kritiek, oordeelden ze, door den wierook hunner omgeving bedwelmd, vaak uit de hoogte over kunstuitingen die ver buiten hun geestelijk bereik lagen, en voerden in vereenigingen en salons het hoogste woord, volgens het jubileumboek van de Maatschappij bij het 100-jarig bestaan. In hoeverre deze kwalen circa 1900 nog heersen?

Beroepssolisten werken vaak voor niets mee. Secretaris J.H. Leitz34schrijft dat het aan de persoonlijke relatiën van het bestuur onzer Afdeeling steeds heeft mogen gelukken welwillende Dilettanten voor de Solo’s te engageren. Ook zangers en zangeressen van professie hebben zich nu en dan bereid verklaard tegen vergoeding van reis- en verblijfkosten hunne medewerking aan onze kleine afdeeling te schenken. Eene afdeeling als de onze is nimmer in staat eenig Salaris [aan solisten] uit te keren. Het zou interessant zijn deze uitspraak te onderzoeken. Voorlopig houd ik het erop dat de veelal gefortuneerde koorzangers en luisteraars muziek weinig geld waard vonden. Ook zou ik willen weten waarom beroepssolisten gratis meewerken in een gemeente waar veel rijke mensen wonen. Zijn het misschien starters, die om niet willen optreden teneinde naamsbekendheid en relaties te verwerven? Ons archief bevat een verzorgd foldertje waarin de alt Jo Immink reclame maakt voor zichzelf: foto, opleiding, persbeoordelingen uit 1930. Ze trad in 1923 al op in Zeist tijdens het Vijfde Solistenconcert. Zulke concerten gaan uit van Toonkunst Afdeling Zeist, maar het koor treedt daarbij niet op.

Na het jubileumconcert gaat, ondanks de gratis solisten, de contributie met twee gulden omhoog.

Leitz, boekhouder bij de Kosmos-bank, is akelig stipt. Hij vraagt in een uitvoerige brief35 aan het hoofdbestuur of hij één partituur van de Maatschappij mag uitlenen aan de organist36 van de ‘Moravische Broederkerk’, die aan het volgend concert zal meewerken. Slotzin37:Gaarne uw geëerde rescriptiën [antwoord] tegemoetziende, heb ik de Eer mij met Hoogachting te noemen, Weledelgeboren Heer, Uwedelgeborenes dw. [dienstwillige] Dienaar J.H. Leitz. Iederéén lijkt stipt: als de partij van ’n sopraan kwijt is, schrijft Van de Poll38dat die vermoedelijk mee naar Engeland is genomen, en dat hij erachteraan zal gaan. Letterlijk?

De bewaarde brieven39 bevatten voornamelijk administratieve futiliteiten. Bijzonder vind ik een brief40 waarin Leitz de secretaris van het HB, Daniël de Lange, dankt voor zijn bijwonen van de generale repetitie voor het concert van 1887, maar helaas!, die repetitie verliep zo belabberd. De uitvoering echter is bijzonder gelukkig geslaagd, en het nieuwe werk van den Componist Krill [‘Jung Sigurd’41] heeft bij het talrijk aanwezige Publiek een gunstige indruk gemaakt. Image building!

 

Overzicht van de eerste 25 jaar

In de eerste kwarteeuw van zijn bestaan gaf Toonkunst Zeist 38 uitvoeringen, waarvan 28 door het koor en vijf door de Zangschool. Meestal met klavierbegeleiding, soms door een (dubbel) strijkkwartet. Het ledental schommelt tussen 70 en 90.

Een grote rol heeft gespeeld de familie Van de Poll. Volgens ‘Markante Zeistenaren’, verschenen bij het 40-jarig jubileum der Van de Poll – Stichting, heeft de familie een brug geslagen tussen de destijds streng gescheiden standen door haar eenvoud, progressieve opvattingen en sociaal medeleven. De familie bezat de Kosmosbank maar bleef in aanzien ook toen de bank in 1917 failliet ging door de Russische revolutie.

892 40-jarig huwelijk Fredrik Harman van de Poll. Vlnr zittend mevrouw FH, FH zelf, Clara; staand Lou, Johanna=Jo=Zus, Willem, Henriette, Frits. Vier van deze Van de Polls zijn langdurig in Toonkunst Zeist actief.

 

Fredrik Harman van de Poll, onze eerste secretaris, stichtte in 1882 met anderen het Zeister Harmonie Gezelschap (hij speelde zelf klarinet en viool), was president-kerkvoogd en 34 jaar lang gemeenteraadslid.

Zijn zoon jhr. mr. Fredrik, roepnaam Frits42, volgt in 1905 zijn vader op als directeur van de Kosmos. Frits is al vanaf 1892 penningmeester van Toonkunst Zeist; daarvan wordt hij nu voorzitter. Hij is ook voorzitter van het Harmonie Gezelschap, ere-voorzitter van het Zeister Mannenkoor en gemeenteraadslid. Deze laatste functie bekleedt hij 34 jaar lang. Hij bleef levenslang ongehuwd, evenals bijna al zijn broers en zussen, maar zijn leven was rijk gevuld.

Jhr. mr. Fredrik (Frits) van de Poll wordt voorzitter in 1905 en blijft dat tot 1931.

 

Zijn zus, jvr. J. (Jo, ook Zus genoemd) M.E. van de Poll, begeleidde minstens 40 jaar de repetities op de piano. Vóór haar deden dat de dames Snellen, Valter, Avis en Geerke43. We weten allen uit ervaring hoe ’n groot goed pianobegeleiding is. Jo van de Poll wordt na 25 jaar gehuldigd en tot erelid benoemd44. Voorzitter Brandt45noemt haar in 1921 een voorbeeld van geduld, toewijding en liefde, en biedt haar een collier aan bestaande uit een topaas in zilveren hart, rondom bezet met diamanten, aan een platina ketting.46

Topaas, diamanten, platina voor 25 jaar pianobegeleiding.

 

Ene jvr. F.J. van de Poll treedt in 1879 bij ons op als alt-solist.

1903

Leitz leent voor Schumanns Der Rose Pilgerfahrt muziek voor 20 sopranen, 20 alten, 15 tenoren en 20 bassen, incl. soli.

Boekhandel Kraal (vanaf 1907) verkocht kaarten voor onze concerten. In ’t midden het Walkartpark.

 

1909

Aantal leden Afd. 96 = 1 donateur, koor 74. Onder-vz. H. Meerdink Gz., secr. Leitz, penn. (1907-’22) jhr. mr. A.W. Wichers, ereleden Jo vdPoll, F. van Reenen, P.P. van Erven Dorens.

1911

Voor het eerst begeleiding door het USO, dat ons alle volgende jaren t/m 1917 terzijde staat, alsook in 1920 en 1922. Andere jaren t/m 1936: (klein) (strijk)orkest, soms met klavier en/of orgel. Ik raad als oorzaak: afnemende financiële mogelijkheden.

Groei naar 90 leden

Het Toonkunstkoor telt kennelijk meer dan genoeg zangers, want wie lid wil worden kan slechts één week terecht, zo meldt een advertentie, bij secr. Leitz aan huis, Laan van Beek en Royen 16.

Secretaris van 1878 tot 1919 J.H. Leitz woont eenvoudig: Laan van Beek en Royen 16.

Wie zich in die ene week heeft opgegeven moet vervolgens een toelatingsexamen afleggen.

1919

Ruijgrok wordt tot erelid benoemd47.

Het hoofdbestuur gaat kleine afdelingen subsidiëren als ze door het HB geselecteerde jonge talentvolle kunstenaars laten optreden. Het HB betaalt reis- en verblijfkosten en programmaboekjes. Deze zogeheten solistenconcerten worden een succes, ook in Zeist. Het concertenboek 1872-1936 vermeldt er 13, zoals gezegd. Ze gaan uit van de Afdeling, niet van het koor, en het koor treedt er niet bij op. Een aparte commissie organiseert ze. In 1934 is voorzitter van die commissie dr. J. Wagenaar48, secr. mej. H.G. Rahusen, leden dr. Paul Cronheim49, S. Dresden50 en A.H. Tierie51 – een uiterst deskundig gezelschapje.

In 1921 begint een gestage groei tot het maximum van 1931. Dan zijn er 309 leden van de Maatschappij en 90 leden van het koor.

1922

P. Bloemendaal neemt het secretariaat over van Leitz, na 41 jaar.

1924

Onder-vz. Brandt vertrekt 1-5-1925 naar Utrecht.

178 leden (waarvan 17 nieuw) MtBdT, 1 donateur.

1925

Wegens zijn hoge leeftijd neemt Ruijgrok ontslag. Uit 28 sollicitanten wordt Johannes Röntgen gekozen.

Vanaf 1926 geven we onze concerten in concertzaal Figi.

 


Johannes Röntgen dirigeert van 1926 tot 1036 Toonkunst Zeist heel graag.

 

 

Villa Gaudeamus (tuinzijde), stamhuis van de Röntgens in de vorm van een vleugel met openstaande klep

te Bilthoven, Gerard Doulaan 21.

 

Aaltje Noordewier-Reddingius, de beroemdste alt van Nederland, zingt met ons Die Jahreszeiten.

 

1927

Penn. (1922-’31) mr.dr. A. Crommelin.

309 leden (waarvan 57 nieuw) Mij., 3 donateurs. Röntgen schrijft aan de freule:

Wilt U dan ook nog wel even aan Jhr.v.d.Poll mededeelen dat wij vanaf a.s. Maandag om 8 uur beginnen te repeteeren, eerst met de dames tot ½ 9 – dán de heeren er bij om ½ 9 – om 9 uur Pauze 10 minuten, en dan maar weer verder tot de autobus mij opeischt52

 

Familieleden van het bestuur geven een concert dat ontbreekt in het luisterrijke Concertenboek van de afdeling.

 

1928

Toonkunst Zeist geeft de première van Röntgens Lachende Cavalier53.

Leden hebben vrijen toegang op vertoon van diploma, behoudens plaatsbespreking en garderobe (samen 20 ct.) die verplicht zijn voor alle bezoekers. Niet-leden betalen bovendien ƒ2,75 (incl. 5% voor de Kas der Maatschappij en 5% voor ’t Pensioenfonds. Zou het vet drukken van de twee woorden erop wijzen dat toen al het akelige gebruik insloop om jassen mee naar binnen te nemen en achterop zijn stoel te hangen, of op schoot te houden?

1929

Van Dokkums Gedenkboek bericht dat Zeist 309 gewone leden heeft, 2 donateurs, 6 leden-kunstenaars. Lidmaatschap ƒ5 pj, + ƒ1,25 entree.

1930

Naast het hertenkamp op de hoek Woudenbergseweg – Pr. Bernhardlaan plaatsen enkele gefortuneerde bewonderaars een gedenkbank ter ere van Frits van de Poll, die dan o.a. 25 jaar voorzitter van Toonkunst Zeist is. De bank ziet er thans niet florissant uit. Vrijwel geen Toonkunstlid weet van het bestaan ervan.

 

Op de dag van de ingebruikstelling van de Van de Poll-bank in het Zeister bos verhindert raadslid Bokeldijk (geheel links} dat mensen met misschien vies goed aan erop zullen gaan zitten. Momenteel – 2012 – wordt je kleding vies als je erop plaats neemt. De staat van onderhoud is slecht. Geen Toonkunstlid sopt de zitting geregeld af, ook niet de archivaris.

 

1931 Tientallen jaren bestuurslid

Als Toonkunst Zeist 60 jaar bestaat, bevat de lijst van bestuursleden van het begin af in totaal 20 namen, allemaal mannen natuurlijk. Ongelooflijk voor onze tijd, waarin velen – nu ook vrouwen – met moeite vier jaar volmaken.

In 1931 is vz. F. van de Poll, vice-vz. Beunke, secr. P. Bloemendaal, penn. J.W. van Beuningen, bibl. jhr. mr. E.L. Elias54. 346 gewone leden (53 nieuw), 4 donateurs, 1 kunstenaar-lid (blijft maar 1 jaar lid). Ereleden: Jo van de Poll, Ruijgrok, en nu Frits van de Poll.

Contr. ƒ 5, donatie min. 7, kunstenaar-lid 6,10.

Volgens het Concertenboek telt de Zangvereeniging 29 sopranen, 22 alten, 11 tenoren en 10 bassen. Het jubileumconcert wordt bijgewoond door koningin-moeder Emma, ongetwijfeld gecharterd door haar hofdame Henriette van de Poll55. Deze vertelt56 dat zij lid is van Toonkunst Zeist sedert de oprichting. De Afdeling telt 335 leden.57

Vanaf deze jaren treden solisten op die mensen van mijn leeftijd als kind en jongmens hebben gehoord: Jo Vincent, Corry Bijster58, Laurens Bogtman59, Willem Ravelli60.

 

Koningin-moeder Emma bezoekt ons jubileumconcert in 1931. Links knipmessend voorzitter Frits van de Poll, rechts zijn zus Henriette, tientallen jaren hofdame en lid van ons koor vanaf de oprichting.

1932

Bibliothecaris Mackay, algemeen bestuurslid Tets van Goidschalksoord.

Contributie ƒ 5,10, donateur 7. 312 gewone leden (waarvan 33 nieuw), 4 donateurs.

Voorzitter van 1932 tot minstens 1936 jhr. G.F. Tets van Goidschalxoord.

1933

Er is een foto bewaard gebleven van ‘Gedeelte Toonkunstkoor Zeist 1933’, met een lijst van de namen der geportretteerden. Ik kom er niet goed uit welke naam bij wie hoort en neem dus de lijst letterlijk over.

 

Heren vlnr 1 jhr. F.v.d.Poll 2 Schneider 3 Marsman 4 [niets] 5 Voermans 6 Th. baron Mackay 7 jhr. L. de Geer 8 Roos 9 Weiss. Dames 1 jvr. V. van Loon 2 bsse. Mackay-Labouchère 3 mevr. Muller-Dingemans 4 juffr. Straatsma 5 mw. Verloop-Schermers 6 en 7 [niets]. Daarvóór 1 [niets] 2 mej. L. Middelbeek 3 4 en 5 [niets] 6 jvr. A. v. Loon 7 mevr. v.Zanten-de Bruïne 8 mevr. Terpstra Daarvóór 1 jvr. J.M.E.van de Poll 2 mej. A.van Os 3 Directeur: Johannes Röntgen 4 [niets] 5 jvr. Jacoba van de Poll 6 mevr. Stamperius 7 mevr. v. Reenen 8 en 9 NN. Voorste rij 1 t/m 5 [niets] 6 mej. Betsy de Bruijn 7 mej. – 8 juffr. Tit 9 [niets]. Als u, beste lezer, mensen herkent, verneem ik dat graag

 

In 1933, crisistijd, bestaat het begeleidingsorkest uit negen belangeloos medewerkenden van de Nieuwe Amsterdamsche Orkestvereeniging; solisten zijn echter Jo Vincent61 en Louis van Tulder62, beide befaamd en dus in principe duur, maar wellicht dat ze voor Röntgen hun tarieven verlaagden.

1935 [laatste jaar in concertenboek]

Commissaris S. Kuiper. 262 gewone leden (14 nieuw), 2 donateurs. Contr. ƒ 5,20, donatie min. 10.

Röntgen schrijft aan de freule 5-10-1935 als Jo door een kwaal lange tijd lang niet zal kunnen begeleiden: De repetities kan ik voorlopig zelf wel begeleiden. maar ik zou [sic] toch erg prettig vinden als U juffrouw v.Os kon bewerken cembalo te spelen. Mocht dat niet lukken dan moet ik mijn cembaliste Janny v.Wering uit Amsterdam vragen voor die avonden. De piano in de Sociëteit is zoo slecht op ’t oogenblik, en telkens springen er snaren van, zoodat ik niemand durf aanmoedigen er op te begeleiden. Zelf sla ik hier en daar een noot aan en studeer veel a cappella [sic] met het koor.63

1936

Vz. Beunke, secr. Kuiper, penn. Van Beuningen, bibl. Mackay. 232 leden (12 nieuw), 2 donateurs. Erelid Frits van de Poll overlijdt.

Uitvoering [klopt niet met concertenboek]: Nelsonmesse – Haydn, Ein fester Burg ist unser Gott – Bach. Topsolisten: Ankie van Wickevoort-Crommelin64, Theodore Versteegh, Jac. v. Kempen65, Max Kloos66.

De echtgenote van de dirigent, mw. J. Röntgen-Fentener van Vlissingen: Lieve Freule van de Poll, U dankend voor Uw schrijven en nog meer voor den Heer van de Poll’s al te vriendelijke gedachte, mijn Man iets aan te willen bieden bij zijn 10-jarig directeurschap – haast ik mij Uw brief te beantwoorden. Ik heb werkelijk het idee dat mijn Man er wat verlegen mee zal zijn. Want indien er van dankbaarheid sprake is, geloof ik, dat mijn man zeker de grootst mogelijke dankbare gevoelens voelt jegens het onovertroffen bestuur en de heele Zeister afdeeling, waarmeede hij steeds op zoo buitengewoon gelukkige wijze heeft mogen samen werken. Het zou hem dus ook zeker overdreven voorkomen iets te ontvangen – maar het lijkt me toch, dat een groote partituur van de Johannes Passion b.v. hem wel buitengewoon veel genoegen zou doen.

De hartelijke relatie tussen Röntgen en Toonkunst Zeist wordt bevestigd door een schrijven van Röntgen uit 1953 aan de “Hooggeachte freule v.d.Poll, Wat allerliefst van U om mij met mijn verjaardag een felicitatie te sturen! […] Dikwijls denk ik terug aan de Zeister-episode uit mijn leven. Jammer dat zo iets niet altijd door kon gaan! Onvergetelijk blijft in mijn herinnering Uw broer als voorzitter – de heer Bloemendaal als secretaris en de hele sfeer van het toonkunst-muziekleven van die jaren!”

1937

228 leden (11 nieuw).

Alle grote koorwerken voeren we geregeld uit. ‘Ein deutsches Requiem’ bijv. in 1914, 1931 (een jaar met 4 concerten!), 1976, 1980, 2003 en 2008. De Brahms-herdenking van 1937 springt hier uit, direct al door de rijkdom – of overlading? – van het programma: concerten op 19 en 20 nov. Eerste concert: naast het Requiem twee motetten en ‘Vier ernste Gesänge’. Positief oordeelt recensent J.A.W. over de medewerking van Jo Vincent: “zoo gaaf van toon en diep doorvoeld van voordracht als men dit reeds ontelbare malen hierin van haar hoorde.”

Jo Vincent zong in 1937 met ons Ein deutsches Requiem.

 

Diep onder de indruk is hij eveneens van de tenor Max Kloos:passages van huiveringwekkende schoonheid. Maar het koor krijgt ervan langs: De ondersteuning door den vleugel bij de zuivere a capella motetten diende zeker om het koor op toon te houden, dat bij de repetities wel als noodzakelijk zal zijn gebleken. Aanvankelijk gelukte dit dan ook wel, maar later was er geen houden aan: nadat de sopranen op de woorden: der Glaub sieht Jesum Christum an, al tegen den toon aanzongen en ook de onderlinge zuiverheid hoogst bedenkelijk was geworden, liet de dirigent den vleugel maar te zwijgen. De strijkers speelden niet homogeen, de afwerking was niet “geacheveerd”- een echt recensentenwoord67. J.A.W. is kennelijk zeer vakbekwaam, en neemt geen blad voor de mond: Bij den inzet van de fuga Der Gerechten Seelen sind in Gottes Hand door de tenoren ging het mis: ongelijkheid met ’t orkest; later waren de bassen eruit en bereikte men, allerminst homogeen, nog gelukkig het slot van dit beruchte koor, dat bij de eerste uitvoering in Weenen ook totaal in de war moet zijn geloopen. Dat het geheel nog betrekkelijk goed afliep, was behalve aan de leiding van den directeur, zeker ook te danken aan het resoluut doorzingen van enkelen in het koor zelf, die, zeker van hun zaak, stand hielden en daardoor het ergste voorkwamen.

Program van het tweede concert: Phantasieën op. 116, Zigeunerlieder, Pianoquintet op. 34.

Röntgen schrijft aan de freule: Hebt u alweer een piano kunnen aanraken?

Frans Beunke en Röntgen aten samen in de Hermitage alwaar wij rustig toonkunst-zaken konden bespreken, trouwens ’t vorig jaar aten wij daar ook af en toe om mij verre te houden van de Sociëteit waar de Cantate van Daan Mackay werd ingestudeerd! Röntgen componeert een Sonate Hermitagione en draagt die aan Beunke op. In het Scherzo verwerkt hij e-re-mi-T-a-g-e; de T is de ‘takt’ die er niet is, maar soms wel.68 Dit wijst op een sluimerend conflict, waar ik verder niets over vind.


1938

Bestuursleden zonder functie: mw. G. Verloop – Schermer, mr.P.C.G. Labouchère, mr. dr. J. Meerdink. 193 leden (4 nieuw), geen donateurs. Erelid alleen Jo vdPoll. Uitvoering 3 maart: Dettinger Te Deum, Kantate 140 Wachet auf. Solisten: vWickevoort Crommelin, Ravelli.

1939

166 leden (16 nieuw).

Concert: Johannes – Passion Bach. Solisten: Wulff, Bijster, Boelsma, Schipper, Robbe, Mannenden (?).

Corrie Bijster, 1905-1998, trad te Zeist op in 1935 en ’36, aan het begin van haar glanzende carrière. Deze foto zag ik in de 50er jaren nog op affiches.

 

1940

146 leden (10 nieuw), Zangvereniging 73.

Concert: Die Schöpfung. Solisten vTulder, Ravelli e.a.

Louis van Tulder, decennia lang de meest gevraagde tenor van Nederland, zingt te Zeist in 1926, ’33 en ’36.

 

Röntgen schrijft aan Jo van de Poll 23-8-1940:

Hoe zullen wij de komende winter doorkomen? Hoe zullen we in Zeist beginnen met de toonkunst repetities? Wij hebben nog niets besproken maar ik hoop dat we een oplossing er voor vinden!

 

Historisch raadsel

Tijdens de oorlog staat Toonkunst vanaf 1943 stil. Heroprichting geschiedt pas in 1958. o.a. door Jo van de Poll. Raadselen hieromtrent leest u in het tweede gedeelte van deze kroniek: Toonkunst Zeist 1958 tot heden.

 

Omdat Jenny Glastra een lijst van alle concerten 1872 – 1943 heeft samengesteld – zie elders op deze site – heb ik hierboven vaak geen programma’s, solisten, begeleiding en plaats van uitvoering opgenomen.

 

-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-

 

1 Hoe? staat niet in mijn bron: het programmaboekje bij het jubileumconcert op 12-6-1931.

2 1817 R’dam – 1897 Wiesbaden.

3 ‘Markante Zeistenaren’ spelt foutief Harmen. 1823-1909, gehuwd met Henriette Wilhelmine van de Poll 1829-1909. Zijn uitvoerige handgeschreven autobiografie in het Zeister gemeentearchief (inventaris Van de Poll nr. 58) zegt niets over Toonkunst. Hij componeerde in 1879 een Treurmarsch op de dood van Prins Hendrik.

4 Zegt programma jub.concert 1931; zo ook een artikel Zeister Crt. 15-1-1936 met als zegsman Frits vdPoll.

5 Ledenvergadering 7 okt. 1873, getuige brief vdPoll op 8 okt. 1873 aan HB. Hetzelfde bedrag van ƒ 1 in Reglement Zangvereeniging der Afdeling Zeist 3-2-1887.

6 J.D.C. van Dokkum: Honderd jaar muziekleven in Nederland. Een geschiedenis van de MtBdT 1829-1929, p. 144.

7 Brief 28-10-1874.

8 1814-1859. Zijn zoon, mr. Henri Viotta 1848 – 1933, was musicoloog, componist, dirigent en oprichter van Wagnervereniging 1884 en Residentieorkest 1904.

9 Op 9 jan. 2009 organiseren Concertgebouw en De Doelen samen ‘Licht op de Lange’.

10 Jub.boek 25-j. bestaan MtBdT p.96.

11 In 1896 ?

12 1866-1907. Hij geeft 40 jaar muziekles aan de fam. vdPoll.

13 3 jan. 1872.

14 Programboekje 12-6-1931.

15 Begeleidende brief 6-11-1872.

16 Die 17-6-1873 als pianist optreedt met Beethoven en Schumann.

17 Gesch. en hand. van de MtBdT, Nieuwe Reeks nr. 12, 43ste alg. verslag d.d. 6-6-1872.

18 1877.

19 16-10-1877, aldus programboekje 12-6-1931.

20 6-7-1878. Hij speelt daarbij zelf piano, solo of in trio.

21 In het concertenboek 1872 – 1936 staat zijn naam constant foutief gespeld: Ruygrok.

22 Voortgekomen uit de eerder genoemde sociëteit Unitas.

23 1852-1911.

24 Bestuurslid 1885-1907.

25 Bl. 56, inzake de periode rond 1840.

26 Op programma van 27-11-1888 aangeduid met “dilettanten”.

27 ‘Rapport op 30 April 1886’, in handschrift aanwezig

28 Rapport van 30-4-1886

29 Concertenboek. Andere bron: 30. Concertenboek over volgende jaren: 35, 44, 38, 31 (1890).

30 Die op Toonkunstconcerten van 1886 en 1887 vermeld staat als ‘medewerkende’, zonder aanduiding van stemsoort, dus?

31 Jub.concertboekje 1931.

32 Advertentie in Weekbode

33 Zeister Courant 9-4-1921.

34 Brief 18-4-1883.

35 4-5-1883.

36 Die heet Baudert. Familie van bestuurslid Baudert, of zelfs dezelfde persoon? Brief Leitz d.d. 4 mei 1883.

37 Van een andere brief d.d. 2-11-1882.

38 Brief 2 junij [sic]1874.

39 In archief HB, fotokopieën in archief Toonkunst Zeist.

40 5-6-1887.

41 Leitz informeert 5-6-1887 bij De Lange of het Reglement betreffende het toekennen van Eerepremiën aan ten gehoore gebrachte Werken van levende Componisten van toepassing is. Antwoord ontbreekt.

42 1860-1937.

43 Programboekje 12-6-1931.

44 Idem: in 1898.

45 Bestuurslid 1909 tot minstens 1931.

46 Zeister Crt. 9-4-1921.

47 Programboekje 1931.

48 Ik betwijfel of dat de bekende componist is wegens het volgende stukje uit zijn biografie: In 1919 werd hem de directeursfunctie aan het Koninklijk Conservatorium te ‘s-Gravenhage aangeboden. Wagenaar, die een soortgelijk aanbod van het Amsterdamse conservatorium in 1912 had afgeslagen, accepteerde de benoeming ditmaal wel, ondanks verwoede pogingen in Utrecht om hem voor de stad te behouden. Materiële en artistieke aspecten speelden bij zijn beslissing naar ‘s-Gravenhage te vertrekken een rol. Enerzijds ging zijn salaris er aanzienlijk op vooruit zodat hij minder lessen hoefde te geven en meer tijd overhield om te componeren. Anderzijds voelde hij dat hij zijn veeljarige ervaring moest geven aan een zo belangrijk opleidingsinstituut voor muziek als het Haags conservatorium. Hoewel Wagenaar naar ‘s-Gravenhage vertrok, bleef hij in zijn hart Utrechtenaar. Tot 1927 nog bleef hij het Toonkunstkoor Utrecht leiden. Daarnaast dirigeerde hij gedurende een aantal jaren het Haagse Toonkunstkoor.

49 11892-1975. 1919-1960 alg. secr. MtBdT, 1920-’47 secr. Wagnervereniging enz. enz.

50 1881-1957. Componist, dirigent, muziekpedagoog, bewerker van Daniskas’ ‘Algemene Muziekleer’.

51 Muziekpedagoog, koordirigent.

5Inventaris vdPoll nr. 2210 in Gemeentearchief. Hieruit ook de briefjes van Röntgen verderop.

53 Muziekspel in drie bedrijven op libretto van J.D.C. van Dockum

54 Uit Driebergen; bestuurslid sinds 1925.

55 1853-1946, 1880-1920 hofdame van kon. Emma, 1891-’96 surintendante van de opvoeding van pr. Wilhelmina. Tijdens haar diensttijd als hofdame onderhoudt Henriëtte een jarenlange correspondentie met haar moeder. In lange brieven schrijft ze over het leven aan het hof. Deze brieven zijn in 2006 gebundeld en becommentarieerd in een boek van Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra.

56 Zeister Crt. 15-1-1936, artikel ‘Huldiging jhr. mr. F. v.d. Poll’.

57 Jub.boekje 1931.

58 1909-1998.

59 1900-1969.

60 1892-1980.

61 1898-1989.

62 1892-1969.

63 Inventaris vdPoll nr. 2210 in Gemeentearchief.

64 1903-1998.

65 1875-1939. Hij treedt sinds 1911 geregeld met ons op.

66 1884-1959. Trad al 1921 met ons op.

67 Toen ik als jongen van 19 – uiterst voorzichtig maar toch volkomen onverantwoord – voor ‘De Maasbode’ concertrecensies schreef, gebruikte ik het ook wel, om indruk op de lezers te maken hoewel ik nog maar heel weinig deskundig was.

68 Inventaris vdPoll nr. 2210 in Gemeentearchief.

 

Klik hier verder voor historie deel 2